Financiering en algemene dekkingsmiddelen x € 1.000
Realisatie 2025
Budget 2026
Budget 2027
Budget 2028
Budget 2029
Budget 2030
Lasten
3.069
2.459
8.327
13.490
26.517
36.231
0.4 Overhead
0
0
1.341
0
0
0
0.5 Treasury
1.064
-261
3.951
-914
2.602
-2.560
0.61 OZB woningen
1.083
1.364
1.367
2.144
2.144
2.144
0.64 Belastingen overig
730
944
946
1.442
1.442
1.442
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
192
411
721
10.818
20.329
35.205
Baten
-803.497
-798.403
-828.094
-832.111
-827.942
-843.619
0.4 Overhead
0
0
-1
0
0
0
0.5 Treasury
-6.523
-4.962
-4.958
-4.944
-4.788
-4.768
0.61 OZB woningen
-28.714
-29.560
-31.670
-32.030
-32.410
-32.643
0.62 OZB niet-woningen
-34.003
-33.483
-34.638
-34.945
-35.303
-35.663
0.64 Belastingen overig
-5.892
-5.939
-7.450
-7.452
-7.454
-7.454
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
-728.364
-724.459
-749.377
-752.740
-747.987
-763.091
Saldo van lasten en baten
-800.428
-795.944
-819.766
-818.620
-801.424
-807.387
Toevoeging reserves
0
552
0
0
0
0
Onttrekking reserves
-2.275
-2.712
-1.757
-1.555
-1.354
-1.153
Saldo reserves
-2.275
-2.160
-1.757
-1.555
-1.354
-1.153
Totaal
-802.703
-798.103
-821.522
-820.175
-802.778
-808.540
Ruimtescheppende maatregelen (x € 1.000)
L/B
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
224. Extra verhoging OZB
B
1.886 V
1.907 V
1.925 V
1.943 V
Om de investeringen en ambities uit het coalitieakkoord financieel mogelijk te maken, wordt ingezet op een evenwichtige combinatie van heroverwegingen van taken, gerichte keuzes binnen de organisatie en een verhoging van de gemeentelijke inkomsten. In lijn met het coalitieakkoord stellen we voor de opbrengst van de onroerendezaakbelasting (OZB) vanaf 2027 structureel met 3% per jaar bovenop de inflatie te verhogen. In deze begroting verwerken we de verhoging voor het boekjaar 2027. De extra opbrengst wordt ingezet ter dekking van de maatregelen en investeringen uit deze begroting.
Begrotingsafwijkingen (x € 1.000)
L/B
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
225. Autonome ontwikkeling opbrengst OZB
B
36 V
36 V
36 V
598 V
Jaarlijkse herijken we de verwachte OZB opbrengst op basis van autonome ontwikkelingen. Door de lagere gerealiseerde woningbouwontwikkeling in 2025 ten opzichte van de raming heeft dit een nadelig effect. Dit wordt door een hogere ambitieniveau woningbouwontwikkeling weer grotendeels rechtgetrokken. Dit levert een klein financieel voordeel op. Tevens voegen we de nieuwe jaarschijf 2030 toe.
226. Nominale ontwikkelingen opbrengst OZB
B
1.571 V
1.587 V
1.605 V
1.618 V
Naast de autonome bijstelling van de opbrengst OZB stellen we de opbrengst ook nominaal bij. De index voor 2027 bedraagt 2,5%.
227. Bijstelling budgetten treasury
L B
2.575 V 31 V
2.687 V 32 V
2.938 V 3 V
1.935 N 255 N
De rentelasten van de aangetrokken financiering zijn bijgesteld op basis van de meest actuele inzichten. Dit geeft voor de komende jaren een voordeel. Dit voordeel wordt met name verklaard doordat er in 2025 aanzienlijk minder externe financiering is aangetrokken dan verwacht door achterblijvende investeringen, lagere uitgaven ten laste van reserves en hogere ontvangsten van subsidies en specifieke uitkeringen in dat jaar. Omdat we nog steeds uitgaan van een oplopende leningportefeuille slaat dit voordeel in de nieuwe jaarschijf 2029 om in een nadeel. Daarnaast leiden mutaties in de door de gemeente versterkte leningen tot beperkte bijstellingen op de treasury budgetten. In het laatste jaar is ook de afbouw van de regulier onttrekking aan de reserve beleggingsfonds 2000 ten gunste van de algemene middelen verder naar beneden bijgesteld.
228. Toerekening omslagrente
L B
50 V 7.701 N
23 N 490 V
35 V 7.291 N
54 N 2.867 V
Conform het BBV is de gemeente verplicht om de rentelasten aan de programma's toe te rekenen middels een omslagrente. De omslagrente wordt bepaald door de verwachte rentelasten te delen op de omvang van de vaste activa zoals deze per 1 januari op de gemeentelijke balans zijn opgenomen (wegen, riolering, gebouwen, automatiseringsapparatuur etc.). De omslagrente is in het kader van de programmabegroting opnieuw berekend en laat meerjarig het volgende verloop zien: 2027: 0,50% 2028: 1,00% 2029: 1,00% 2030: 1,50% Ten opzichte van de programmabegroting 2026 loopt de omslagrente minder snel op. Dit komt met name doordat we in 2025 minder externe financiering hoefden aan te trekken dan verwacht. (zie tevens de paragraaf financiering). De rentelasten worden verschoven van programma Financiering en algemene dekkingsmiddelen naar de velden waar de vaste activa voor worden ingezet. Een deel van de rentelasten wordt verrekend met de gesloten exploitaties Betaald Parkeren en Grondexploitatie en een deel wordt opgenomen in de tarieven en heffingen (zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing). De verschillen ten opzichte van de raming uit de programmabegroting 2026 zijn als herijking opgenomen bij de betreffende programma's. Op basis van de geactualiseerde raming van de rentelasten en de bijgestelde omslagrente ziet de nieuwe rentetoerekening er als volgt uit:
De uitkering gemeentefonds wordt geraamd op basis van de meicirculaire 2026. Conform onze systematiek zijn diverse maatstaven, zoals aantal inwoners, bijstandsgerechtigden, aantal woonruimten e.d. geactualiseerd naar peildatum 1 januari 2027 (N € 1,8 miljoen in 2027 oplopend naar N € 2,4 miljoen in 2030). Bijstelling van het volume accres 2027 leidt tot een structureel voordeel van € 0,5 miljoen. De mutaties in het volume accres 2028/2029 (resp. V € 0,4 miljoen en N € 0,6 miljoen) en het toevoegen van het volume accres 2030 (V € 13,3 miljoen) worden volledig gereserveerd. De bijstelling van het LPO-accres 2026/2027 geeft een voordeel van € 16,7 miljoen. De ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds wordt, gezien de definitieve afrekening over 2025, verlaagd naar € 2,5 miljoen (N € 1,0 miljoen). Door het aflopen van de incidentele compensatie ontstaat in 2030 een nadeel van € 0,8 miljoen. Door taakmutaties stijgt de uitkering in 2027 met € 3,3 miljoen. Voor 2028 e.v. jaren is sprake van een korting van € 0,1 miljoen in 2028, € 13,9 miljoen in 2029 en € 12,6 miljoen in 2030. Deze korting wordt voornamelijk veroorzaakt door het schrappen van huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 met ingang van 1 januari 2029. De mutaties in integratie- en decentralisatieuitkeringen leiden tot een hogere uitkering van € 8,4 miljoen in 2027 aflopend naar € 4,6 miljoen in 2030. Daarnaast ramen we vanaf 2028, vooruitlopend op verwerking in de circulaires gemeentefonds, een verhoging van de DU CDOKE van € 3,3 miljoen.
230. Inzet stelpost volume-ontwikkeling 2027
L
10.200 V
10.200 V
10.200 V
10.200 V
Het volume accres is bedoeld om de hogere kosten die verband houden met de groei van de stad op te vangen. Door de gewijzigde systematiek is daarnaast ook een gedeelte benodigd om de loonontwikkeling op te kunnen vangen. Vanaf 2027 is het volumeaccres hiervoor gereserveerd. In de voorliggende begroting worden de budgetten bijgesteld naar het niveau voor 2027 en wordt de beschikbare stelpost hiervoor ingezet.
231. Stelpost herverdeling gemeentefonds
B
3.500 N
7.000 N
3.500 N
-
In de begroting 2026 zijn we ervan uit gegaan dat het ingroeipad - het pad waarmee gemeenten sinds 1 januari 2023 naar de nieuwe verdeling ingroeien - per 2027 een volgende stap zou maken. Uit de meicirculaire 2026 blijkt dat een volgende stap in het ingroeipad voorzien is per 1 januari 2029. De opgenomen stelposten worden 2 jaar doorgeschoven. In 2029 een 1e stap van € 3,5 miljoen en vanaf 2030 € 7 miljoen. Conform het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) van 1 april jl. wordt de suppletie-uitkering bevroren op het niveau van 2026. Na de zomer 2026 wordt naar verwachting bekend hoe met de indexatie van het ingroeipad voor het jaar 2028 wordt omgegaan.
232. Stelpost deskundigencommissie Van Ark
B
-
13.800 V
13.800 V
13.800 V
Rijk en VNG zijn in gesprek over de onbalans tussen taken en middelen in de jeugdzorg. De commissie Van Ark brengt begin 2027 een nieuw advies uit over het structurele financiële kader voor de jeugdzorg. In afwachting van duidelijkheid over het financieel kader hebben wij in de Programmabegroting 2026 stelposten opgenomen waarmee we de effecten voor jeugdzorg vanaf het begrotingsjaar 2028 op € 0 stellen. In de Programmabegroting 2027 verhogen we deze stelposten met een bedrag van € 13,8 miljoen.
233. Uitstel verdeelmodel Beschermd wonen en toevoeging jaarschijf 2030
B B
2.100 V -
4.200 V -
4.200 V -
4.200 V 2.100 N
In de meerjarenbegroting hebben we vanaf 1 januari 2027 rekening gehouden met de teruggang in rijksmiddelen van € 2,1 miljoen per jaar ten gevolge van de doorvoering van een objectief verdeelmodel bij beschermd wonen in het kader van de doordecentralisatie. Vanuit het huidige perspectief gaan we uit van invoering per 1 januari 2029. Vanwege dit uitstel vallen tranche 2027 en 2028 vrij. Als gevolg van trapsgewijze invoering komt er een nieuwe tranche voor 2030 bij.
234. Centrale reservering middelen meicirculaire 2026
L
-
-
-
976
Vanuit de meicirculaire 2026 worden de volgende posten gereserveerd (gemeentebreed budgetneutraal):
Indexatie WMO-demografie, jaarschijf 2030 (N 976) Ten behoeve van indexatie WMO demografie vindt bijstelling plaats van jaarschijf 2030. Het bedrag van € 976.000 wordt centraal beschikbaar gehouden. Jaarlijks bij het opstellen van de Programmabegroting zal een actuele prognose van de Wmo opgesteld worden en zal duidelijk zijn in hoeverre deze middelen toereikend zijn.