In deze programmabegroting werken we de impulsen uit het Coalitieakkoord 2026 – 2030 nader uit. Daarbij maken we bewuste keuzes om het financieel meerjarenbeeld niet verder te laten verslechteren. In 2027 resteert een tekort dat we tijdelijk afdekken vanuit onze reserves. De opgave om meerjarig tot een sluitende begroting te komen pakken wij op richting Perspectiefnota 2028. Want hoewel het meerjarenbeeld van deze begroting positief lijkt, is in dit beeld rekening gehouden met een totaalbedrag van ruim € 30 miljoen aan nog te ontvangen compensatie vanuit het Rijk of te verlagen kosten op het dossier jeugdzorg. Hiervan is onzeker in hoeverre we hier in het voorjaar van 2027 daadwerkelijk voor worden gecompenseerd. Daarnaast moet ruimte worden gecreëerd voor het realiseren van ambities uit het akkoord. Dit vraagt scherpe keuzes.
Onderstaande tabel laat zien hoe de Programmabegroting 2027 en meerjarenraming zich ontwikkelt. Daarbij geldt de bestendige gedragslijn dat de gevolgen van de Septembercirculaire 2026 van het gemeentefonds niet zijn meegenomen.
N = nadeel, V = Voordeel | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting |
|---|---|---|---|---|
Uitkomst Programmabegroting 2026 | 0,0 V | 5,7 V | 1,1 N | 0,9 N |
Structurele effecten Jaarrekening 2025 | 11,1 N | 11,1 N | 11,1 N | 11,1 N |
Vertrekpositie Programmabegroting 2027 | 11,1 N | 5,4 N | 12,2 N | 12,0 N |
Begrotingsafwijkingen (zie bijlage 2a) | 4,7 N | 14,5 V | 17,7 V | 5,2 V |
Beeld incl. begrotingsafwijkingen | 15,8 N | 9,1 V | 5,5 V | 6,8 N |
Beleidsvoorstellen (zie bijlage 2b) | ||||
- Structureel | 10,2 N | 13,5 N | 13,5 N | 16,0 N |
- Incidenteel | 27,1 N | 8,7 N | 6,3 N | 2,9 N |
Beeld incl. beleidsvoorstellen | 53,1 N | 13,1 V | 14,3 V | 25,7 N |
Ruimtescheppende maatregelen (zie bijlage 2d) | ||||
Structurele voorstellen | 12,5 V | 18,5 V | 18,0 V | 18,0 V |
Mutatie RIO | 18,9 V | |||
Vrijval reserves | 5,2 V | |||
Afdekken tekort 2027 vanuit reserve Essent | 16,5 V | |||
Financieel beeld Programmabegroting 2027-2030 | 0,0 V | 5,4 V | 3,7 V | 7,7 N |
In bijlage 2a t/m 2d is een overzicht van de diverse begrotingsvoorstellen opgenomen. Bij de programma's worden ze specifiek toegelicht. De belangrijkste posten lichten we hieronder toe:
Begrotingsafwijkingen
De grootste afwijkingen uit de Programmabegroting 2027 zijn:
- Regionale Jeugdzorg (15,9 N exclusief indexatie): De budgetten voor kosten jeugdzorg worden bijgesteld o.b.v. het Tilburgse aandeel in de regiobegroting. Daarnaast wordt een wijziging voorzien in de verdeelsystematiek voor de regionale jeugdhulpkosten binnen de hoog specialistische jeugdhulp. Op basis van de huidige inzichten wordt het financiële effect voor Tilburg geraamd op circa € 3,0 miljoen nadelig.
- Gemeentefonds (1,4 N in 2027, 8,9 V vanaf 2028):
- Uitstel van het nieuwe verdeelmodel voor het Gemeentefonds geeft een nadeel van € 3,5 miljoen in 2027 (€ 7,0 miljoen in 2028 en € 3,5 miljoen in 2029.)
- Uitstel van het nieuwe verdeelmodel voor Beschermd wonen geeft een voordeel van € 2,1 miljoen in 2027 (€ 4,2 miljoen n 2028 en 2029 en € 2,1 miljoen in 2030).
- De inkomsten vanuit het gemeentefonds dalen met circa € 1,9 miljoen vooral als gevolg van een negatieve afrekening van het BTW-compensatiefonds en een negatieve ontwikkeling van de maatstafaantallen die voor de berekening van het Gemeentefonds worden gebruikt.
- Vrijval van niet benodigde stelposten vanuit het gemeentefonds geeft een voordeel van € 1,9 miljoen.
- Stelpost tekort jeugd (13,8 V vanaf 2028): Rijk en VNG zijn in gesprek over de onbalans tussen taken en middelen in de jeugdzorg. De commissie Van Ark brengt begin 2027 een nieuw advies uit over het structurele financiële kader voor de jeugdzorg. In afwachting van duidelijkheid over het financieel kader hebben wij in de Programmabegroting 2026 stelposten opgenomen waarmee we de effecten voor jeugdzorg vanaf het begrotingsjaar 2028 op € 0 stellen. In de Programmabegroting 2027 verhogen we deze stelposten met een bedrag van € 13,8 miljoen.
- Rentelasten (2,6 V): De rentelasten van aan te trekken leningen zijn naar beneden bijgesteld. Dit voordeel komt vooral doordat in 2025 aanzienlijk minder externe financiering is aangetrokken door achterblijvende investeringen, lagere uitgaven ten laste van reserves en hogere ontvangsten van subsidies en specifieke uitkeringen in dat jaar. Omdat we nog steeds uitgaan van een oplopende leningenportefeuille slaat het voordeel in de nieuwe jaarschijf 2030 om in een nadeel.
- Technische urendoorrekening (3,8 V): Bij de jaarlijkse zogenoemde technische doorrekening berekenen we hoe we de ingezette uren moeten doorberekenen naar de programma's/activiteiten in onze begroting. Uit deze technische doorrekening ontstaat altijd een administratief saldo. Dit saldo kan zowel positief als negatief zijn. Op dit moment is het saldo meerjarig positief.
- Fasering investeringen (2,6 V) : Fasering van diverse investeringen in sportaccommodaties en projecten openbare ruimte geeft een voordeel omdat afschrijvingslasten later optreden.
Beleidsvoorstellen
De beleidsvoorstellen bestaan vooral uit de impulsen die zijn opgenomen in de bijlagen van het Coalitieakkoord 2026 - 2030. Aanvullend zijn in deze begroting middelen opgenomen voor de opvang van dakloze gezinnen, dagopenstelling maatschappelijke opvang, de parkring, ringbaan West, leefbaarheid Wilhelminapark, brandweerkazernes, dierenopvang, voorbereidingskosten sporthal De Blaak en de Textielcampus.
Ruimtescheppende maatregelen
De volgende maatregelen zijn in de begroting verwerkt:
- Structurele voorstellen : Vooruitlopend op een integraal heroverwegingspakket / bezuinigingsproces bij de Perspectiefnota 2028 zijn in het coalitieakkoord voor 2027 bezuinigingen opgenomen om ervoor te zorgen dat het begrotingsbeeld niet verder verslechterd. In de Programmabegroting 2027 zijn deze voorstellen nader uitgewerkt. De voorstellen vindt u terug in bijlage 2d van de begroting. Daarnaast sturen we bij op de kosten voor jeugdhulp door gerichter te sturen op verwijzingen naar specialistische jeugdhulp, het versterken van onderwijs en huisartsen en meer inzet op collectieve ondersteuning en informele steun.
- Mutatie Reserve Incidentele Opgaven (RIO) : In de begroting zijn incidentele voorstellen opgenomen, die voor een bedrag van € 18,9 miljoen worden gedekt vanuit de RIO.
- Vrijval reserves : In de vorige bestuursperiode zijn reserves gevormd die eind 2026 aflopen. Het gaat om de reserve Crisis en herstel, reserve Talentontwikkeling, reserve Preventie gezondheid en kansengelijkheid en de reserve Levendige democratie. De vrije ruimte in deze reserves valt vrij.
- Mutatie reserve Essent: Conform coalitieakkoord dekken we het begrotingstekort in 2027 incidenteel af vanuit onze reserves. We zetten hiervoor de reserve Verkoop Essent en gaswinstuitkering in.
Ontwikkeling financiële positie
Voor een houdbare financiële positie is het van belang om meerjarig en in samenhang naar de ontwikkeling van de financiële kengetallen te kijken. Onderstaande tabel geeft aan de hand van de kengetallen uit de nota Financiële positie inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente. De kleuren geven daarbij aan in welke risicocategorie het kengetal zich conform nota Financiële positie bevindt.
De ervaring is dat prognoses in de tijd gedeeltelijk naar latere jaren verschuiven. Daardoor wijken de gerealiseerde kengetallen aan het einde van het jaar af van de prognoses. Desondanks zijn onderstaande kengetallen op basis van het huidige ambitieniveau het toekomstbeeld van de gemeente.
Verloop kengetallen | 2023 (R) | 2024 (R) | 2025 (R) | 2026 (B) | 2027 (B) | 2028 (B) | 2029 (B) | 2030 (B) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Structurele exploitatieruimte | 2,3% | 1,7% | 2,3% | 0,8% | 1,7% | 1,5% | 0,9% | -0,3% |
Belastingcapaciteit | 72% | 73% | 74% | 74% | 73% | 78% | 81% | 81% |
Netto schuldquote | 29% | 36% | 40% | 58% | 80% | 94% | 114% | 123% |
Netto schuldquote gecorrigeerd | 26% | 33% | 37% | 55% | 77% | 92% | 111% | 121% |
Rentelasten | 3,4 | 4,1 | 4,7 | 7,0 | 12,0 | 16,6 | 21,2 | 26,1 |
EMU-saldo | -47,8 | -97,6 | -75,7 | -252,8 | -195,8 | -204,9 | -172,9 | -90,3 |
Ruimte kasgeldlimiet | 38,6 | 35,1 | 39,8 | 38,1 | 40,3 | 39,5 | 37,0 | 36,7 |
Ruimte renterisiconorm | 231,0 | 220,8 | 254,2 | 242,1 | 257,9 | 277,1 | 234,6 | 227,0 |
Kapitaallastenratio | 5% | 5% | 5% | 6% | 7% | 8% | 9% | 0% |
Grondexploitatie | 3% | 3% | 3% | 3% | 4% | 1% | 3% | 3% |
Solvabiliteitsratio | 62% | 58% | 56% | 45% | 36% | 32% | 28% | 27% |
Weerstandsratio | 4,7 | 4,8 | 5,2 | 4,8 | 3,4 | 3,4 | 3,2 | 2,9 |
(groen = laag risico, geel = gemiddeld risico, rood = hoog risico)
Beschouwing financiële positie
We streven naar een duurzaam gezonde financiële huishouding. Hier horen investeringen bij die ervoor zorgen dat we ook in de toekomst voldoende inkomsten krijgen en publieke uitgaven laag kunnen houden om voorzieningen betaalbaar te houden. Deze investeringen willen we verantwoord doen. In het Coalitieakkoord is daarom afgesproken dat we de financiële positie scherp in de gaten houden en bijsturen op een gemiddeld risicoprofiel. Dat wil zeggen dat als de afgesproken signaalwaarden (zie hoofdstuk 4 van de Nota financiële positie) van risicocategorie verspringen, we een verdiepend gesprek met de raad voeren over de ontwikkeling van de financiële positie als geheel. Ook bereiden we richting Perspectiefnota 2028 een integraal heroverwegingspakket cq. bezuinigingsproces voor, dat bijdraagt aan het versterken van onze financiële positie.
Voor de beoordeling van de financiële positie kijken we naar de zogeheten wendbaarheid en weerbaarheid.
Wendbaarheid
Wendbaarheid is het vermogen om baten en lasten eenvoudig af te stemmen op veranderende opgaven. De financiële wendbaarheid van Tilburg is op dit moment goed. De belastingruimte is groot en schulden en kapitaallasten zijn laag. Dit helpt om in deze bestuursperiode te komen tot een structureel sluitende begroting. Daarbij geldt voor de belastingruimte dat in het coalitieakkoord is afgesproken de OZB in deze bestuursperiode met vier gelijke stappen van 3% per jaar te verhogen, bovenop de inflatie.
Als we verder vooruitkijken blijven de zorgen over de financiële toekomst groot en zijn de middelen die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen ontoereikend om belangrijke gemeentelijke taken op het gebied van o.a. zorg, woningbouw, klimaat, energietransitie op een goede manier en structureel uit te kunnen voeren. Daarbij is onzeker of we de inkomsten die we in de begroting voor jeugdzorg hebben begroot ook daadwerkelijk gaan ontvangen. Ook zien we dat investeringen in de stad ervoor zorgen dat de schulden en rentelasten oplopen en kapitaallasten een groter aandeel van de totale lasten gaan uitmaken. Hierdoor is een groter deel van de gemeentelijke inkomsten nodig voor rente en aflossing en zijn minder middelen beschikbaar voor overige uitgaven. Als laatste zorgt een grotere leningenportefeuille ervoor dat de begroting gevoeliger wordt voor renteschommelingen. Het renterisico neemt dus toe.
Weerbaarheid
Weerbaarheid is het vermogen om tegenvallers op te vangen. Hiervoor kijken we vooral naar de omvang van het eigen vermogen (solvabiliteit) en de omvang van onze financiële buffers in relatie tot onze risico's (weerstandsratio, zie ook Paragraaf Weerstandsvermogen). Als we kijken naar de weerbaarheid van de financiële huishouding, zien we dat de solvabiliteit en de weerstandsratio op dit moment ruim voldoende zijn. Meerjarig zien we voor de solvabiliteit een dalende trend die het gevolg is van dalende reserves en oplopende schulden. Daarbij geldt dat we in deze begroting in lijn met het Coalitieakkoord het begrotingstekort in 2027 afdekken door de inzet van onze reserves.
